Fiscus legt quota op: elke agent moet 125.000 euro innen per semester
Themabeeld Foto: Photo News
Sinds vorig jaar krijgen ook de belastingambtenaren streefdoelen of quota opgelegd. Zal dat niet leiden tot overijverige belastingcontroles?
De opmerkelijke streefcijfers lekten uit via een antwoord van minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA). Die kreeg in de kamercommissie Financiën de vraag voorgeschoteld van Peter Van Velthoven (SP.A) of de fiscale ambtenaren ook prestatiedoelen hadden.
Het antwoord van de minister is verrassend. Volgens Van Overtveldt bevat het bestuursplan van de FOD Financiën 'sinds begin 2017 prestatie-indicatoren voor de stafdiensten en algemene administraties, waaronder ook de Bijzondere Belastinginspectie (BBI)’.
De ingekohierde en geïnde bedragen worden per BBI-ambtenaar via twee verschillende prestatie-indicatoren gemeten. ‘Voor de ingekohierde bedragen (dat zijn de bedragen die in het belastingregister zijn ingeschreven, red)bedraagt de doelwaarde 750.000 euro per ambtenaar per jaar, voor de geïnde bedragen is dat 125.000’, aldus de minister.
Navraag bij de BBI leert bovendien dat het antwoord van de minister misleidend is. 'Het is niet 125.000 euro per jaar, het is 125.000 per semester', zegt woordvoerster Florence Angelici van de Fod Financiën desgevraagd. Wat dus neerkomt op een effectief geïnd bedrag van 250.000 euro per jaar.'
Chantage en manipulatie?
De prestatiedoelen van de BBI liggen meteen onder vuur van fiscalisten. ‘Wat als u op het einde van het jaar wordt gecontroleerd door een controleur die zijn cijfer nog moet halen? Controleurs targets laten halen leidt tot chantage en manipulatie. Fiscale controle moet gericht zijn op de juiste toepassing van de wet. #schande!!!’, tweet Michel Maus.
Bij de BBI preciseert men in de krant Le Soir dat de indicatoren worden berekend op basis van het aantal voltijds equivalenten en dat ze niet worden gelinkt aan de dossiers die door een agent of een groep agenten worden behandeld. ‘Deze praktijk geeft geen aanleiding tot individuele evaluaties. Er is geen enkele individuele druk. Dat is logisch, want elk dossier is anders’, luidt het.