De Franse president Emmanuel Macron heeft vorige week zijn eerste ambtsjubileum gevierd in het stadhuis van Aken, waar hij de prestigieuze Karel de Grote-prijs in ontvangst nam.
De jury bekroonde Macron voor zijn "sterke visie op een nieuw Europa en de hervorming van het Europese project". Als moedige pionier van het Europese gedachtegoed heeft hij minder dan een jaar nodig gehad om Frankrijk opnieuw stevig op het voorplan van de wereldpolitieke bühne te plaatsen.
Maar zijn Europese partner heeft stiekem een andere afslag genomen op de eurosnelweg tussen Berlijn en Parijs. De nieuwe Duitse minister van Financiën, Olaf Scholz, heeft onlangs zijn eerste begrotingsvoorstel op tafel gelegd en daarmee een politieke boodschap van formaat richting Frankrijk gestuurd.

Schuldenvrij Duitsland

Dat voorstel streeft twee enge doelstellingen na: een positief begrotingssaldo voor de volgende vier jaar en een daling van de staatsschuld in 2019 tot beneden de magische Maastricht-drempel van 60 procent.
Scholz heeft klaarblijkelijk de ambitie naar een permanent begrotingsoverschot te evolueren, waardoor de staatsschuld op lange termijn zou verdwijnen. Wolfgang Münchau noemde dat in de Financial Times het nastreven van de ordoliberale utopie: een schuldenvrij Duitsland.
Delen
Gooi Duitsland uit de euro
In Duitsland zelf zijn de reacties niet minder mals voor dat begrotingsvoorstel. De Süddeutsche Zeitung noemt het een 'bijna-schandaal' en de econoom Hartmut Elsenhans waarschuwt de Duitse politici dat de Europese buren vroeg of laat hun geduld zullen verliezen en noodgedwongen aan Duitsland zullen vragen de euroclub te verlaten. Sinds de eurocrisis is de Duitse politiek onbewust de weg ingeslagen van een soort verholen economisch imperialisme: deflatie in de periferie, zonder inflatie in Duitsland.
Ook buiten de Europese Unie staat de economische politiek van Duitsland in het brandpunt van de kritiek. Vorig jaar bereikte het handelsoverschot het recordbedrag van 300 miljard dollar, het grootste surplus in absolute cijfers dat ooit in de geschiedenis door een land werd gerealiseerd.
Zelfs het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vond dat overschot te groot vanuit het perspectief van de globale economische stabiliteit. Excessieve handelsoverschotten zijn immers geen teken van een superieur economisch beleid, want ze verstoren de globalisering.

'Schwäbische Hausfrau'

Maar het is geen sinecure die discussie aan te gaan met Duitsland, omdat de handelsoverschotten niet het resultaat zijn van een expliciet economisch beleid of een bewuste vervalsing.
De Duitse cultuur is nu eenmaal die van de spreekwoordelijke ' schwäbische Hausfrau': spaarzaamheid gekoppeld aan een afkeer van schulden en een verlangen naar stabiele werkgelegenheid in ruil voor loonmatiging.
Het enige kunstmatige element dat meespeelt in het voordeel van Duitsland, is de euro. Die is duidelijk ondergewaardeerd, afgemeten aan de economische prestatie van Duitsland op een stand-alonebasis.
Macron heeft die problematiek goed begrepen. Hij argumenteert dat het Duitse economische groeimodel op lange termijn niet duurzaam is. Daarom wenst hij een gemeenschappelijke economische groei die de verdere integratie van de Europese Unie bevordert.
Hij streeft naar een milde vorm van een transferunie: een gemeenschappelijke begroting voor de financiering van infrastructuur en ontwikkelingsmaatregelen voor de zwakkere lidstaten.
Dat is de ware inzet van het economische convergentiedebat in de Europese Unie. Convergentie is geen eenrichtingsverkeer. Die moet, zoals het in een federatie betaamt, van beide kanten komen: zowel van de overschot- als van de deficitlanden.
De schwarze Null mag geen fetisj worden. In het huidige economische klimaat heeft Duitsland genoeg ruimte om de reële lonen te laten stijgen, de interne consumptie aan te zwengelen en te voorzien in grotere investeringsbudgetten voor infrastructuur, defensie en andere overheidstaken. Het Duitse begrotingsvoorstel is ronduit anti-Europees. Duitsland gedraagt zich als een olifant in een porseleinwinkel.