zondag 1 april 2018

Influenzapandemie voorspeld in U.S. Airforce 2025-onderzoeksrapport


Air Force 2025 is een militaire studie, gemaakt door hooggeplaatste kolonels, luitenant-kolonels en majoors en gepubliceerd op 17 juni 1996. Dit in opdracht van het hoofd van de staf van de Amerikaanse luchtmacht om concepten, mogelijkheden en technologieën te onderzoeken die de VS nodig hebben om de hegemonie in het luchtruim en in de ruimte voor de toekomst te behouden. Voor hen die geïnteresseerd zijn waar de miljarden dollars belastinggeld van het Pentagon en DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency), het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het Pentagon, naartoe gaan, licht het rapport de lezer in over wereld‘surveillance’ (anders gezegd: controle van de wereld door o.a. satellieten), aanvalswapens die de hele wereld omspannen, onbemande luchtstrijdvoertuigen, geavanceerde lasersystemen (voor ruimteoorlogen), aanvalsgerichte microrobots, fusie van databanken, geavanceerde energiesystemen.   
In hoofdstuk 5 van dit rapport is een tijdlijn opgenomen, die een ‘mogelijke geschiedenis’ voorstelt. Volgens dit schema zullen in 2009 30 miljoen mensen sterven aan een griepepidemie. Hierbij wordt de vergelijking gemaakt met de Spaanse griepepidemie van 1918-1919, die volgens het rapport ‘een van de ergste menselijke catastrofes ooit’ was, waarbij volgens schatting ‘meer dan 20 miljoen mensen over de hele wereld tijdens deze epidemie stierven, waarvan alleen al in de VS ongeveer 850.000 mensen’.
In een voetnoot is vermeld: ‘Het influenzavirus is in die zin uniek onder de virussen, dat het in staat is om zoveel antigenetische verandering te ondergaan, dat een antigenetisch nieuw virus binnen een jaar of twee over de hele wereld kan razen, waarbij ziekte- en sterftecijfer hoog kunnen oplopen.’
De ‘bron’ van deze gefingeerde pandemie wordt in het rapport als ‘onbekend’ omschreven en het staat niet vast ‘of het virus een natuurlijke mutatie is of door bio-engineering  ontstaan. Velen vrezen het laatste’.  

Is het louter toeval dat het Pentagon zich een dodelijke grieppandemie als mogelijk doel stelde voor 2009, terwijl levende H5N1-vogelgriepvirussen zijn ontdekt in vaccins die ontwikkeld zijn door een bedrijf van farmagigant Baxter International in Oostenrijk, vraagt Kurt Nimmo zich af. ‘Het feit dat Baxter het dodelijke H5N1-virus mengde met menselijke seizoensgriepvirussen is de lont in het kruitvat’, schrijft Paul Joseph Watson. 

Kan het H5N1-virus op zich al dodelijk zijn, gecombineerd met het H3N2-virus is het ronduit een dodelijk biologisch wapen, omdat een dergelijk virus, in tegenstelling tot het H5N1-virus, gemakkelijk door de lucht verspreid wordt. 
Bekend is dat het militaire apparaat van de VS over talloze geavanceerde militaire laboratoria beschikt (waar o.a. antrax wordt gemaakt). Zou het mogelijk zijn om de ‘onbekende bron’ te traceren, waarover het Airforce 2025-onderzoeksrapport spreekt? In dat geval zou de ‘onbekende bron’ al in juni 1996 voorkennis hebben gehad van een nieuw virus dat zich nu lijkt te openbaren. Horrorverhaal of mogelijk wrange werkelijkheid?

WHO en alarmfase 6
Sprak Margaret Chan, directeur-generaal van de WHO, in de derde week van april nog over een ‘matig ernstige pandemie’, waarbij ze er wel voor waarschuwde dat het H1N1-virus zich kon vermengen met het HIV-virus (AIDS), enkele dagen later kondigde ze alarmfase 5 af. Op 18 mei spreekt mevrouw Chan op de 62ste vergadering van de WHO in Genève haar grote zorg uit over de zich ontwikkelende epidemie en de invloed die deze vooral op de ontwikkelingslanden zal hebben in een wereld die niet meer in balans is. Ze wees erop, dat de wereld dankbaar mocht zijn dat de leiders van 189 landen de Millenniumverklaring en haar doelen vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid ondertekend hebben. (Een vooruitlopen op een mogelijk verplichte vaccinatie als de pandemie haar hoogtepunt bereikt?) In dezelfde toespraak zei mevrouw Chan dat de wereld te maken heeft met verscheidene crises (energiecrisis, voedselcrisis, financieel-economische crisis en klimaatcrisis) waarbij dan ook nog de dreiging komt van ‘de eerste pandemie van deze eeuw’. 
‘Al vijf jaar lang hebben de uitbraak van het ziekteverwekkende H5N1-vogelgriepvirus onder gevogelte en de met een zekere regelmaat sporadisch voorkomende fatale ziektegevallen bij mensen de wereld zover gebracht, dat ze is voorbereid op een mogelijke grieppandemie met een hoog sterftecijfer. Als resultaat van deze jarenlange conditionering is de wereld beter voorbereid en erg bang geworden. Zoals we nu weten, is er vanuit een andere bron en van een andere kant van de wereld een nieuw griepvirus opgekomen, dat de mogelijkheid heeft zich over de hele wereld te verspreiden: de nieuwe A-griep H1N1-stam. Verschillend van het vogelgriepvirus, verspreidt het nieuwe H1N1-virus zich heel gemakkelijk van de ene persoon naar de andere. Als het zich eenmaal in een land heeft genesteld, verspreidt het zich daar zeer snel en het verspreidt zich ook heel snel naar nieuwe landen. We verwachten dat dit patroon zich voortzet.’ Mevrouw Chan refereert aan het feit dat ze op 29 april het niveau van de grieppandemie van alarmfase 4 naar 5 bracht en noemt als kenmerkende eigenschap van een pandemie ‘de bijna universele kwetsbaarheid van de wereldbevolking voor infecties’. Verder zegt ze dat de taak om polio uit te roeien afgerond dient te worden en dat de omvangrijke surveillerende netwerken en infrastructuur, die al klaarlagen om polio uit te roeien, nu gebruikt kunnen worden om ‘de surveillance’ van de H1N1-infectie te vergroten, vooral in het gebied van de Afrikaanse Sahara en het Aziatisch subcontinent. Om het vaccinatieprogramma goed te kunnen uitvoeren, is geld nodig, laat ze impliciet weten. Aan het eind van haar toespraak merkt ze op: ‘Influenzavirussen hebben het grote voordeel van de verrassing. Maar virussen zijn niet slim. Dat zijn wij.’

Dr. Keiji Fukuda, ad-interimassistent directeur-generaal voor Gezondheid, Veiligheid en Milieu (nauw verbonden met de WHO), verklaart tijdens een virtuele persconferentie op 26 mei 2009 (waaraan ook Gregory Hartl deelneemt als woordvoerder van de WHO voor epidemische en pandemische ziektes), dat de WHO goede contacten onderhoudt met (farmacie)bedrijven, samenwerkende gezondheidscentra, regulerende instanties en SAGE. SAGE (Scientific Advisory Group for Emergencies) is de wetenschappelijke raad van de WHO, die advies geeft in noodtoestanden en uit een aantal topadviseurs bestaat die goede contacten onderhouden met de farmacie en de WHO adviseren inzake vaccins en vaccinatieprogramma’s. 
 
Op basis van ‘wetenschappelijke criteria’ verklaart Magaret Chan in een conferentie van 11 juni 2009 dat ze besloten heeft om het niveau van alarmfase 5 te verhogen naar alarmfase 6: ‘De wereld staat nu aan het begin van de 2009-influenzapandemie.’ Dit citaat vermeldt Chussodovsky in Martial Law and the Militarization of Public Health: The worldwide H1N1 Flu Vaccination Programm.  
In de westerse media verschijnen in juli berichten dat de komende twee jaar wel eens 2 miljard mensen besmet zouden kunnen worden. Dat is bijna eenderde van de wereldbevolking. Goede bronnen met betrekking tot deze bewering ontbreken. Mevrouw Chan zegt dat de vaccinproducenten in het allerbeste geval 4,9 miljard griepvaccins tegen de pandemie kunnen vervaardigen. Kennelijk stond de hele farmaceutische industrie al geruime tijd vóór alarmfase 6 in de startblokken (gezien hun ‘zakelijke’ contacten en contracten met de WHO erg aannemelijk) om straks de noodlijdende mensheid te hulp te kunnen komen. Zo beloofde de firma Baxter aan de WHO dat ze zeer snel vaccins kon maken. In plaats van de gebruikelijke 26 weken kon het ook in 13 weken.
Parallel aan alarmfase 6 van de WHO nam bij velen de angst toe, mede aangewakkerd door de media en allerlei verwarrende en soms elkaar tegensprekende berichten. Juist in zo’n situatie is alertheid van geest nodig.

Steeds opnieuw wordt er door overheidsinstanties op gehamerd dat straks eerst de ‘medische  risicogroepen’ (jonge  kinderen, jongvolwassenen, zwangere vrouwen, zieken en bejaarden) gevaccineerd moeten worden. Vaccineren, dát is het sleutelwoord.
Razendsnel neemt de WHO maatregelen. Alarmfase 6 houdt in dat nu definitief vaststaat dat er sprake is van een dierlijk of dierlijk-menselijk virus dat over de hele wereld van mens op mens overspringt, vooral via de lucht (vandaar de vele luchtaandoeningen). Volgens de WHO kan de ziekte echter niet meer worden ingedamd, gezien de grote mobiliteit van de wereldbevolking. Het kwik van de angstthermometer stijgt wereldwijd. 
Samenvattend: in de derde week van april verklaart de WHO dat er sprake is van een ‘matig ernstige pandemie’. Op 29 april wordt alarmfase 4 verhoogd naar 5 en op 11 juni wordt de griepepidemie officieel tot pandemie verklaard, terwijl mevrouw Chan in haar toespraak van 18 mei in Genève herhaaldelijk het woord nieuw gebruikt in relatie tot de griep en het virus. Wist de WHO iets wat het grote publiek niet wist? Had de WHO wellicht al eerder het Airforce 2025-onderzoeksrapport bestudeerd, waarin dit nieuwe virus werd voorzien? Misschien in handen gekregen van iemand die relaties onderhoudt met het Pentagon én de farmacie?

Rol van de WHO en het klimaat van de angst
Gebaseerd op verklaringen van de WHO, ministeries van gezondheid, gezondheidsraden en vele commissies, werden wereldwijd pijlsnel maatregelen genomen. Australië koopt 40 miljoen mondkapjes in en plaatst eind april van dit jaar op de luchthavens luchtscanners die verhoogde temperatuur via de ademhaling kunnen meten. Indien nodig moeten passagiers een uitstrijkje toestaan van mond of neus (mooi meegenomen voor de DNA-databank!) en worden er kaarten uitgereikt aan hen die gezond worden bevonden (maar pas na invulling van veel gegevens). ‘Verdachte’ passagiers kunnen gedwongen in quarantaine worden gehouden, mogelijk gemaakt door voorschriften van de WHO. Big brother volop in actie. Voor ons aller gezondheid natuurlijk. Anne Kelso, directeur van het WHO Influenza Centrum in Noord-Melbourne, had al in april bij studenten uit Nieuw-Zeeland monsters laten nemen van het virus. Deze monsters werden gecultiveerd in warme embryo’s van kippeneieren, zodat farmaceutische bedrijven snel een vaccin konden maken. Begin mei bericht de Britse regering dat ook in Groot-Brittannië quarantaine tot de mogelijkheden behoort (Daily Express, 6 mei 2009). Er circuleren berichten dat er wel eens 18 miljoen mensen in Groot-Brittannië getroffen zouden kunnen worden. (Mogelijk een welkome afleiding van de ernstige declaratieschandalen van de regering-Brown?) Er wordt een klimaat van angst gecreëerd, vooral door de WHO, overheidsinstellingen, farmaciebedrijven en virologen. Het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) in Nederland, heeft al een draaiboek klaarliggen, dankzij de alertheid van viroloog Ab Osterhaus en epidemioloog Roel Coutinho. 
Draaiboeken om bedrijven in actie te houden, worden verzonden, in België bijvoorbeeld de paper: Installatie van een Business Continuity Planning: voorbereiding op de uitbraak van een grieppandemie. Nieuwsbrieven met de laatste stand van zaken van het RIVM verschijnen met regelmaat en het ‘Project De Grote Griepmeting’ (met o.a. de RIVM als partner – die zich overigens op geen enkele wijze verantwoordelijk acht voor dit project – en  Sanofi Pasteur als sponsor) houdt als ‘volstrekt onafhankelijke’ instantie de ontwikkeling nauwkeurig bij. (www.degrotegriepmeting.nl
‘De griep is waarschijnlijk minder gevaarlijk dan de normale griep’, zegt de Franse professor Bernard Debré, die de vinger wijst naar de WHO, die volgens hem bewust paniek zaait. (Telegraaf, 27 juli 2009)

De WHO is bevoegd, in overleg met SAGE en andere instanties, opdrachten te geven aan farmaciebedrijven als Baxter, Sanofi-Aventis, GlaxoSmithKline (GSK), Novartis, Gilead-Sciences en andere firma’s. Weinigen echter zijn ervan op de hoogte dat de rol van de WHO bij een pandemie dusdanig groot is, dat niet langer de wetten van een land geldig zijn, maar de bindende afspraken van de 189 lidstaten van de WHO. Ook de EU is hieraan gebonden. 
Op 28 april 2009, ruim vóór alarmfase 6 dus, verklaart Sanofi Pasteur, de afdeling vaccins van de Sanofi-Aventis-Groep, in een officieel persbericht dat het Department of Health and Human Services (HHS) in de VS ‘een vracht H5N1-antigeen’ heeft overgenomen om zo’n 38,5 miljoen doses vaccins te kunnen produceren ter bescherming tegen een nieuwe stam van de vogelgriep. Sanofi Pasteur heeft een meerjarencontract met HHS als onderdeel van het pandemieprogramma en ontvangt voor de levering van de vaccins een bedrag van $ 192,5 miljoen, geboekt in het tweede kwartaal van 2008 (!). Algemeen bekend is dat HHS nauwe contacten onderhoudt met de WHO. Op 16 juni van dit jaar (vijf dagen na het uitroepen van alarmfase 6) zei Wayne Pisano, president-directeur en CEO van Sanofi Pasteur (een van de grootste vaccinproducenten) in een persbericht dat de firma voor een periode van drie jaar 60 miljoen doses van het H5N1-vaccin aan de WHO zal schenken, waardoor een wereldvoorraad aangelegd kan worden voor de arme landen waar het H5N1-virus circuleert. Pisano verklaarde: ‘Het is essentieel dat de industrie samenwerkt met internationale organisaties als de WHO, de Bill and Melinda Gates Foundation en andere gezondheidsspelers in de wereld.’ De bekende wetenschappelijk onderzoeker William Engdahl tekent in het artikel The Pentagon’s alarming project: Avian Flu Biowar Vaccine  hierbij aan dat de Bill and Milinda Gates Foundation financieel betrokken is bij de zogeheten Doomsday Seed Vault (de grootste zaadbank ter wereld, gelegen in het Arctische ijs van Svalbard in Noorwegen) en miljoenen spendeert aan bevolkingscontrole, met name in Afrika. (Doomsday Seed Vault in the Arctic

Uit Engdahl’s boek Seeds of Destruction blijkt dat de Bill and Milinda Gates Foundation samenwerkt met de Rockefeller Foundation, de Monsanto Corporation, de Syngentia Foundation en de regering van Noorwegen. Voornoemde ‘Foundations’ hebben talloze dwarsverbindingen met farmaceutische bedrijven en houden zich o.a. bezig met genetisch gemodificeerd voedsel, eugenetica en projecten rondom bevolkingscontrole. In het uitstekend gedocumenteerde boek van Engdahl wordt het hele netwerk blootgelegd. De Rockefeller Foundation was, samen met de Rockefeller’s Population Council, de Wereldbank en de National Institutes of Health (gezondheidsinstellingen) van de VS, betrokken bij een project van 20 jaar, dat in 1972 startte om voor de WHO in het geheim een abortusvaccin te ontwikkelen met een tetanusdrager. De regering van Noorwegen, gastheer van de ‘Svalbard dag-des-oordeels-zaadbank’, doneerde $ 41 miljoen om het speciale abortus-tetanusvaccin te ontwikkelen.

Margaret Chan bedankte overigens Sanofi openlijk voor het ‘genereuze gebaar’ van de 60 miljoen doses van het H5N1-vaccin voor de WHO, waardoor volgens haar de solidariteit tussen de farmaciebedrijven en de arme landen werd aangetoond.
De WHO weigerde echter de notulen bekend te maken van het topoverleg van de ‘adviesgroep over vaccins’ op 7 juli jl., waarbij de belangrijkste vertegenwoordigers van de farmaceutische bedrijven die vaccins maken tegen het kunstmatige H1N1-virus aanwezig waren (zoals Baxter, Novartis, Sanofi). Per e-mail werd zelfs meegedeeld dat er helemaal geen notulen waren.

RIVM, minister van volksgezondheid, Gezondheidsraad: neutraal? Het RIVM, dat de minister van volksgezondheid Ab Klink (van huis uit socioloog) adviseert, stelt zich tot doel om de burger te voorzien van ‘nuchtere, neutrale informatie’. 
Het Latijnse woord neuter, waar ons woord neutraal van afkomstig is, betekent: ‘naar geen van beide kanten’. Een woord dat echter steeds weer terugkeert bij de ‘nuchtere en neutrale informatie’ is vaccinatie. Een keuze vooraf lijkt vast te staan. Op verzoek van de minister van volksgezondheid heeft de Nederlandse Gezondheidsraad via de commissie ‘Vaccinatie bij een grieppandemie’ de minister geadviseerd inzake het al dan niet opnemen van een vaccin in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). De Gezondheidsraad kan daarvoor de nodige farmaciebedrijven benaderen. Voorzitter is prof. dr. J.A. Knottnerus, hoogleraar huisartsengeneeskunde aan de Universiteit Maastricht. 

Op 29 april van dit jaar vroeg minister Klink de Gezondheidsraad om een spoedadvies betreffende de Mexicaanse griep, waarbij hij vooral informeerde naar de beschermende werking van het huidige seizoensvaccin, of deze eventuele bescherming versterkt kon worden door de ‘nieuwe generatie adjuvantia’ (versterkers), of er eventueel een nieuw vaccin geproduceerd moest worden, of dat vaccin voldoende bescherming bood en of er eventuele bijwerkingen konden zijn. In het Briefadvies Vaccinatie tegen Mexicaanse griep van de commissie ‘Vaccinatie  bij een grieppandemie’ (Publicatie nr. 2009/08) komt naar voren, dat ‘vanwege het grote antigene verschil tussen het Mexicaanse griepvirus en de H1N1-seizoensstam, het onwaarschijnlijk is dat een versterkt seizoensvaccin adequate bescherming zal bieden.’ Gezien de mogelijkheid ‘dat het virus zal muteren in een meer pathogene stam’ en omdat we in een ‘situatie van onzekerheid verkeren’, adviseert de commissie ‘ernstig gezondheidsrisico’ te beperken. ‘Om te vermijden dat geld besteed wordt aan een vaccin dat niet gebruikt hoeft te worden, zou kunnen worden overwogen om de aanschaf, indien mogelijk, zodanig te regelen dat het voor dit vaccin te gebruiken antigeen (virus) kan worden ingewisseld voor een ander antigeen, mocht zich een dreiging van een pandemie door een ander griepvirus voordoen.’ Het advies luidt dat waarschijnlijk twee doses nodig zijn voor een effectieve bescherming. Niet geheel wordt uitgesloten dat geadjuveerde vaccins ‘in zeldzame gevallen ernstige bijwerkingen veroorzaken’. Als voorbeeld wordt de vaccinatie tegen varkensinfluenza in 1976 in de VS gegeven, waarbij zich het syndroom van Guillain-Barré voordeed. De commissie wijst erop, dat het besluit om de fabrikanten te verzoeken om van de productie van het huidige seizoensvaccin over te stappen op een pandemisch vaccin, bij de WHO ligt, alhoewel hierbij ‘ook een eigen Nederlandse verantwoordelijkheid geldt’. In ieder geval wordt een ‘monitoringsysteem’ sterk aanbevolen in verband met eventuele bijwerkingen van vaccinatie en wordt geadviseerd, indien besloten wordt tot vaccinatie en er onvoldoende vaccins zouden zijn voor de gehele bevolking, allereerst ‘de medische risicogroepen te vaccineren’ en ‘alle gezondheidswerkers met direct patiëntencontact’.  

In voornoemde commissie zetelden diverse specialisten, zoals prof. dr. R.A. Coutinho, 
ambtelijk adviseur, hoogleraar epidemiologie en preventie van infectieziekten (Academisch Medisch Centrum te Amsterdam) en directeur Infectieziektebestrijding van het RIVM dat onder zijn opdrachtgevers o.a. de EU en de VN telt. Verder zit in deze commissie prof. dr. A.D.M.E. Osterhaus, internationaal bekend viroloog, voorheen directeur van het RIVM. Van een aantal commissieleden is niet bekend of zij al dan niet relaties onderhouden met de farmacie of de WHO. Door opening van zaken te geven, wordt bij de burger iedere schijn van mogelijke partijdigheid weggenomen, zodat men er inderdaad zeker van kan zijn dat er ‘nuchtere, neutrale informatie’ wordt verstrekt, of men het er nu mee eens is of niet. 
Op grond van het advies van de commissie bestelde minister Klink 34 miljoen vaccins (voor iedere burger dus 2) bij de Zwitserse farmaceuten GSK en Novartis. Het precieze bedrag voor deze vaccins weigert hij te noemen, maar het wordt geschat op € 400 miljoen. België heeft een voorraad ingeslagen die het bevolkingsaantal overschrijdt (voorlopig tegen de 11,5 miljoen doses). De overheidsinstanties zijn door hun van tevoren reeds bepaalde keuze voor vaccinatie niet neutraal. Andere benaderingen van de pandemie komen niet eens ter sprake, laat staan dat er onderzoek is gedaan naar de achtergronden van de pandemie. Ondanks grootschalige vaccinatieprogramma’s in het verleden, voornamelijk aangestuurd door de WHO, is het algemeen bekend dat vele vroegere infectieziekten zijn teruggekeerd, zoals de pokken, de pest – onlangs nog in China – cholera, tuberculose, knokkelkoorts, tyfus en malaria, die honderden miljoenen slachtoffers eisen, terwijl er tegelijkertijd ook nog eens overal nieuwe ziektes opduiken, zoals aids en ebola, om maar niet te spreken van bacteriële infecties in ziekenhuizen.

Op 21 maart dit jaar verklaarde prof. Coutinho in de NRC: ‘Wetenschappers die de effectiviteit in twijfel blijven trekken van het vaccin tegen het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt ondergraven ook het vaccinatiebeleid bij andere ziektes.’ En als reactie op de kritische houding van onderzoekers, zoals prof. dr. F. van Leeuwen van het Nederlands Kankerinstituut, zegt hij: ‘Die wetenschappers legitimeren het optreden van de antiprikbeweging. Zij legitimeren een groep die irrationeel is en aan misleiding doet. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor de hele vaccinatiegraad.’ Het liefst zou Coutinho wettelijk willen optreden tegen al die mensen die op internet alleen maar ‘nonsens’ verspreiden.