vrijdag 27 april 2018

Goedkope geldbeleid van ECB is een miljardenfeest voor onze schatkist


Dankzij de extreem lage rente heeft de Nederlandse overheid het afgelopen decennium 84 miljard euro bespaard. Voor alle eurolanden samen staat de teller inmiddels op het astronomische bedrag van 1149 miljard euro. Dat blijkt uit berekeningen die de Duitse centrale bank aan de Volkskrant heeft verstrekt.
Deze ongekende meevaller is mede het gevolg van de goedkoop geldpolitiek van de Europese Centrale Bank. Die besloot donderdag haar omstreden beleid ongewijzigd voort te zetten. Na het uitbreken van de crisis hebben de centrale bankiers stapsgewijs de rente verlaagd. Een van de belangrijkste tarieven is zelfs negatief. Sinds 2015 heeft 'Frankfurt' bovendien voor bijna 2.400 miljard euro aan staats- en bedrijfsschulden opgekocht.

Het monetaire stimuleringsbeleid kent veel vijanden, vooral in de rijkere Noord-Europese landen. Zo waarschuwde president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) vorige maand in de Volkskrant opnieuw voor het ontstaan van financiële zeepbellen. De critici wijzen daarnaast op de negatieve gevolgen van de lage rente voor met name de pensioenen. Die stijgen al jaren niet meer mee met de inflatie.

Voordelen voor de schatkist

Tegenover die nadelen staan ook voordelen, vooral voor de schatkist. Nederland blijkt binnen de eurozone na Duitsland, Frankrijk en Italië tot de grootste profiteurs van de lage rente te behoren. Was die rente op het niveau van voor de crisis gebleven, zo geeft de Bundesbank aan, dan had hun staatsschuld ze honderden miljarden euro's extra gekost. 

Op de berekeningen van de Bundesbank valt wel het nodige af te dingen. Zo kan niemand precies voorspellen hoe hoog de rente was geweest zonder het monetaire zoet van ECB-president Mario Draghi. 'Het ECB-beleid is een van de factoren die effect heeft op de rentes die de Nederlandse staat betaalt op de staatsschuld', gaf toenmalige minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem afgelopen najaar al aan in een brief aan de Tweede Kamer. Maar, voegde hij daar aan toe: 'Omdat de rente op staatsobligaties ook van veel andere factoren afhankelijk is, is niet in te schatten wat het effect van het (afbouwen van het) monetaire beleid op de rente van staatsobligaties is.'

De rente toont bovendien al decennialang een dalende lijn. Centrale banken hebben met hun onorthodoxe crisisaanpak die trend slechts versterkt. Economen spreken van een mondiale savings glut, een overvloed aan spaargeld. Die wordt onder andere veroorzaakt door de vergrijzing en het daarmee gepaard gaande aanzwellen van de pensioenpotten.

De Nederlandsche Bank kwam vorig jaar in haar eigen, iets conservatievere schattingen uit op een rentemeevaller voor de staat van ruim 50 miljard euro. Doorgetrokken naar 2017 gaat het om meer dan 60 miljard. Indrukwekkende getallen, maar minder dan waar de collega's van de Bundesbank op uitkomen.

Dalende uitgaven aan de hypotheekrenteaftrek

Daar staat tegenover dat de Nederlandse overheid, naast de staatsschuld, ook op andere manieren fors profiteert van de lage rente. Zo daalden de uitgaven aan de hypotheekrenteaftrek per saldo van bijna 10 miljard in 2008 naar 7 miljard euro in 2017. Dat terwijl de totale Nederlandse hypotheekschuld is toegenomen. 'Door deze besparingen hoefde de Nederlandse overheid de afgelopen jaren minder te bezuinigen en was zij in staat om sneller aan de Europese begrotingsregels te voldoen', schreef DNB hierover.

Verwacht wordt dat de ECB pas volgend jaar een voorzichtig begin zal maken met het verhogen van de rente. Het omstreden opkoopprogramma wordt minstens tot september opgevoerd, met 30 miljard euro per maand, maar ECB-volgers houden rekening met een nieuwe verlenging. Hoe dan ook zal de Nederlandse staatskas nog vele jaren langer plezier hebben van de vloedgolf aan bijna gratis geld. De overheid laat de looptijd van haar schulden namelijk gestaag oplopen. In 2019 moet de gemiddelde duur van de (steeds goedkopere) leningen 6,4 jaar zijn geworden. Saillant detail: voor dit jaar denkt het ministerie van Financiën zelfs geld toe te krijgen. In plaats van dat lenen geld kost, zullen de nieuw uit te geven staatsschulden naar verwachting 70 miljoen euro opleveren.

Koen Haegens

Lage rente duurt nooit lang

Hoe blijft de rente nog zo laag? Paul Schmelzing, een onderzoeker financiële geschiedenis van Harvard University, heeft een berekening gemaakt van de reële rente (de nominale rente minus de inflatie) over de laatste zeven eeuwen. Daaruit blijkt dat periodes van extreem lage reële rentes, zoals nu, meestal niet erg lang zijn. 'En bijna altijd volgen daarna forse rentestijgingen', aldus Schmelzing.

De data van zijn onderzoek zijn gebaseerd op de leningen van Italiaanse steden in de 14de en 15de eeuw, gevolgd door die van Spanje, de Hollandse Republiek, het Verenigd Koninkrijk vanaf 1703, Duitsland en uiteindelijk de VS. De gemiddelde reële rente over 700 jaar komt dan uit op 4,78 procent en die over de laatste twee eeuwen op 2,6 procent.
Opvallend is dat de rente eigenlijk in de loop der eeuwen steeds lager wordt. Gemeten over een gemiddelde van zeven jaar is de daling op lange termijn per jaar 1,6 basispunten - 0,016 procent. 'De piek van de reële rente in de 14de eeuw viel samen met de geopolitieke veranderingen zoals de val van het Byzantijnse rijk, gevolgd door de reformatie tot en met de mondialisering van dit moment', aldus Schmelzing.

Opvallend is dat op lange termijn de inflatie juist toeneemt. In 700 jaar is de gemiddelde inflatie 1,09 procent. Over de laatste 200 jaar is die 1,55 procent met een stijging in de laatste eeuw. 'Sinds de VS de grootste uitgever van staatsleningen in de wereld is geworden, is de inflatie het hoogst. En nog nooit was er een zo lange periode zonder deflatie als de periode van 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog', aldus Schmelzer.

Peter de Waard