zondag 1 april 2018

Afrika in de uitverkoop, land gaat naar de hoogste bieders



Hoe kan het zijn dat rijst geëxporteerd wordt vanuit Ethiopië en de Soedan terwijl daar de honger loert? 
Deze week staat landjepik op de agenda van het Wereld Economisch Forum. Het inpikken van grote gebieden heeft eindelijk de internationale aandacht gekregen en dat komt door de om zich heen grijpende tendens van in de wacht slepen van grote landgebieden. Waar het begon als een greep naar bezit in het Midden Oosten in verband met de olie industrie is het fenomeen nu overgeslagen naar Afrika, Zuidoost Azië, de Filipijnen en Latijns Amerika. 
Alleen al in Cambodja werd sinds 2005 15% van het land aangekocht door privéondernemingen die voor een derde deel uit het buitenland kwamen. Over de gehele wereld werd onderzoek gedaan door de ‘International Land Coalition’, die ziet dat er sprake is van een wereldwijde toename van  grijpen naar land, dat de ongelijkheid alleen maar doet toenemen. 
Deze handel is gebed in geheimhouding zodat de schaal waarop het plaatsvindt niet geheel bekend is, ook is onbekend wie de grootste winst maken op deze handel. Een aantal nieuwe rapporten ( o.a. door het ‘Institute for Environment and Development’s  analyses of legal contract’) proberen de vinger te leggen op deze zaken. Hun conclusies verschijnen in een rapport. 
Het is niet moeilijk te begrijpen waarom dit de aandacht vraagt. Aan de ene kant is er de geheimhouding en deels heerst er angst want hier gaat het over wie de toekomst opkoopt. Grote landverkopen roepen het beeld op dat waar zou kunnen worden waarbij hele bevolkingsgroepen omkomen van de honger omdat zij geen land meer bezitten voor voedselverbouw, waarbij wat op het land geproduceerd wordt naar westerse landen geëxporteerd wordt. 
Het is alleen maar eerlijk om dit niet alleen in de toekomst te plaatsen want die angst is al aanwezig.

Lester Brown, een milieudeskundige uit de VS schreef een boek met als titel ‘World on the Edge’. Hij beschrijft daarin hoe in 2009 in Saoedi Arabië het eerst voedsel aankwam dat verbouwd was in Ethiopië terwijl tegelijkertijd de eerste scheepsladingen voedsel door het wereld Voedsel Programma  arriveerden voor 5 miljoen hongerige Ethiopiërs. Dit gebeurde ook in de Congo, daar heeft China 7 miljoen hectare grond aangekocht voor de productie van palmolie terwijl er zo velen in de Congolese republiek zijn die permanent afhankelijk zijn van voedselhulp. 
Brown waarschuwt voor ‘deze vorm van landjepik die een integraal onderdeel lijkt te worden van de strijd om voedselveiligheid’. Hij geeft aan dat de wereldpolitiek de afgelopen eeuwen gedomineerd werd door toegang hebben tot productiemarkten, maar de toekomst lijkt gericht op rechtstreeks toegang hebben tot de voorzieningen die produceren. Voedsel importerende landen zijn hun aanvoerlijnen veilig aan het stellen, zich duidelijk bewust van de mogelijkheid dat exportlanden hun producten veilig kunnen stellen voor eigen gebruik. In 2007 waren zowel Rusland als Argentinië de grote graan exporterende landen maar legenden een intern exportverbod op en dat deed een wereldwijde paniek ontstaan in de aankoop van granen. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit gebeuren meegewerkt aan de nu ontstane greep naar land. 
Afrika krijgt hierbij de volle aandacht. De grootste aankopen deden zich voor in Ethiopië, Mali en de Soedan. In het onafhankelijke Zuid Soedan staan investeerders in de rij om gebieden te gaan exploiteren die allerlei mogelijkheden hebben voor het verbouwen van voedingsmiddelen. De grond in Afrika is spotgoedkoop in vergelijking tot de rest van de wereld. In Ethiopie betaalt men gemiddeld $1,- dollar per hectare aan huur voor land. 


 
China koopt het snelst en het meest maar Zuid Korea ligt daar niet ver op achter. Dar is nu een bureau in het leven geroepen dat direct bemiddeld tussen boeren en eigenaren om de aanvoer van goederen veilig te stellen. 
Veel Afrikaanse regeringen stellen zich defensief op in deze handel. De Ethiopische president Meles Zenawi spreekt in Davos het Wereld Economisch Forum toe over deze zaak. In het verleden heeft hij aangegeven dat het essentieel is dat investeringen plaatshebben omdat volgens hem, de productie daardoor zal toenemen. Buitenlandse investeerders zullen de noodzakelijke kennis en vernieuwingen met zich meebrengen die verdere ontwikkeling mogelijk maken. Dat zijn velen met hem eens maar daarbij moet in ogenschouw genomen worden dat de Afrikaanse boeren nu kleine gemeenschappen voeden en onderhouden met hun verbouw van diverse producten. Wanner dat overgaat in grootscheepse monocultuur zal dat de armste Afrikanen geen goed doen. 
De handel in land geeft aan dat zij via investeringen tegemoet komen aan de kleine landbezitters en de noden van de bevolking. Toen ik Mali kort geleden bezocht, vertelden een aantal van de lokale bevolkingsgroepen dat het Millennium Challenge Account project  geïnvesteerd had in de nodige irrigatiesystemen en bezig was lokale boeren op te leiden. 
Dit kleine project weegt echter niet op tegen de heersende angst in Mali voor de grote investeerders die duizenden hectaren land huren in hun land waarvan de bevolkingsgroei jaarlijks sterk toeneemt en de landbouwmogelijkheden voor particulieren sterk afnemen. Lester Brown geeft terecht aan dat het niet gaat om de hoeveelheid landaankopen maar dat de graaicultuur naar land om water gaat dat schaars goed is. Saoedi Arabië produceerde in het verleden veel tarwe maar de afname van bruikbaar water maakt het noodzakelijk naar het buitenland te gaan om de voedselaanvioer veilig te stellen. 
Huren en aankopen van land gaat uiteindelijk altijd om de toegang tot water, in Afrika zou dit gemakkelijk tot grote conflicten kunnen gaan leiden. De Soedan en Ethiopië maken gebruik van Nijlwater, wanner de productie in deze gebieden sterk toe neemt kan het zorgen voor watertekorten elders. Libië huurt 100.000 hectaren in Mali waarbij de constructie van een grote dam die het water uit de Niger opvangt de toevoer van water, waarvan de landen en gebieden die aan deze rivier grenzen, afhankelijk zijn. 
Wat is er mogelijk? De Wereldbank wil richtlijnen opstellen voor deze aankopen maar kan er geen sancties aan verbinden. Er staan vele groeperingen op die openheid van zaken wensen van hun regeringen over de handel  en huur van grote landgebieden. Zo ook in Mali door de CNOP, Coordination Nationale des Organisation Paysannes die dapper het voortouw neemt hierin. Maar tot nu toe is niet duidelijk of zij ook enige vorm van succes boeken in het verkrijgen van openheid. 
Dit fenomeen weerspiegelt opnieuw de machteloosheid van de kleine boeren in de wereld. Zij kennen geen formele landrechten en hebben geen toegang tot een politieke macht die hun zou kunnen steunen of hun belangen zou behartigen.
De toekomst van hun kinderen wordt over hun hoofden heen verhandeld voor geld.

Door:  Atheling P Reginald Mavengira, 10 mei 2014,  Copyright © Global Research